Personal tools
You are here: Home Over PACT Projecten Project 98-01: Philips D72 - pilotfase
Document Actions

Project 98-01: Philips D72 - pilotfase

by admin last modified 2004-12-20 16:36

Inleiding

In opdracht van Philips Hearing Instruments is een veldstudie uitgevoerd met de D72, een digitaal, meer-programma hoortoestel met infrarood afstandbediening. Hierbij ging het om een voorstudie in het kader van een grotere multi-center studie. Bij deze voorstudie zijn in totaal 6 slechthorenden betrokken geweest. De multi-center studie is o.a. om marketing-technische redenen niet meer uitgevoerd.

Vraagstelling

Doel van het onderzoek was de evaluatie van een vijftal luisterprogramma’s met hun modificaties en de waarde van twee verschillende aanpasregels waarmee deze programma’s konden worden afgeregeld. De luisterprogramma’s onderscheiden zich door een verschillende frequentiekarakteristiek en door verschillende instellingen van compressie- en ruisonderdrukkingsparameters.

Uitvoering

Het onderzoek is in opdracht van Philips Hearing Instruments door PACT op het Audiologisch Centrum van het Academisch Ziekenhuis Rotterdam Dijkzigt uitgevoerd door drs. R.M. Metselaar. Projectleider was dr. J. Verschuure. De onderzoeksperiode liep van oktober ’98 t/m januari ’99.

Opzet van het onderzoek

Zes proefpersonen werden geselecteerd op soort en ernst van gehoorverlies en het in aanmerking komen voor hoortoestelaanpassing. Voor het instellen en afregelen van de toestellen werd zo min mogelijk afgeweken van de door de software aanbevolen instellingen. De vijf luisterprogramma’s werden voor de verschillende proefpersonen volgens een zgn. Latijns vierkant onder de vier programmatoetsen geplaatst, voor de twee aanpasregels werd gerandomiseerd. Elk programma kon in een later fase worden gemodificeerd voor stilte ("SPIQ" modificatie) of voor lawaai (”niet-SPIQ"). Na elke proefperiode werden de programma’s geëvalueerd d.m.v. een aantal objectieve en subjectieve tests waarbij telkens onderscheid gemaakt werd tussen het voorkeursprogramma (beste objectieve resultaat of meest geprefereerde) voor stilte en voor rumoer. Op grond van de verkregen gegevens werd in overleg met de proefpersonen besloten tot een toestelgoedkeuring of een her-aanpassing.

Resultaten

Vanwege het geringe aantal proefpersonen dat aan het onderzoek heeft deelgenomen, zijn geen statistisch toetsbare resultaten uit de onderzoeksdata verkregen. Voor vijf van de zes slechthorenden is de SRT (speech-reception threshold) in stilte, gemeten met toestel, verbeterd voor zowel het voorkeursprogramma voor stilte als voor lawaai. Over verschillen tussen de gebruikte aanpasregels zijn geen uitspraken te doen.

De SNR (signal to noise ratio) gemeten met ICRA-ruis (fluctuerende spraakruis) en laag-frequente autoruis liet met het voorkeurprogramma's voor stilte en voor rumoer bij een kleine minderheid van de slechthorenden een verbetering zien. Er was hierbij geen relatie met luisterprogramma of aanpasregel.

Met de verschillende vragenlijsten konden geen verschillen worden gemeten tussen de diverse luisterprogramma’s en/of aanpasmethoden. Spraakverstaan in stilte werd als redelijk goed ervaren. In achtergrondlawaai leek dit moeilijker te worden, in rumoer en vergaderingen was men weinig tevreden over het spraakverstaan met toestel. Kwaliteit van muziek, eigen stem en het vermogen tot richtinghoren werden als gemiddeld ervaren. Ongewenste geluiden leverden nogal eens problemen op, feedback problemen deden zich vrijwel niet voor. De algemene indruk van de D72 was bij geen van de deelnemers aan het onderzoek duidelijk positief of negatief. Bij de reguliere eindcontrole bleken de vier overgebleven proefpersonen allen te kiezen voor een ander dan het D72 hoortoestel. Problemen in het gebruik van het toestel en de bijbehorende afstandbediening waren hiervan de voornaamste redenen.

Conclusies

Gedurende het onderzoek is gebleken dat de mogelijkheid om vier programma’s voor verschillende luistersituaties te kunnen afwisselen door geen van de proefpersonen actief werd benut, ondanks herhaalde uitleg en aansporing. In de praktijk werd doorgaans slechts één programma gebruikt; in een beperkt aantal gevallen werd tussen twee programma’s gewisseld. Van de afstandsbediening werd door de proefpersonen doorgaans weinig gebruik gemaakt. De belangrijkste functie was het veranderen van het volume. Een onderzoek met een groter aantal deelnemers is noodzakelijk om tot meer éénduidige conclusies te kunnen komen.