Project 99-03: Philips D-71 Spaceline
Vraagstelling
De Philips D71 Spaceline is een volledig digitaal hoortoestel, dat door Beltone/Philips op de markt is gebracht als opvolger van de D72 (zie project 98-01). Er is een range van uitvoeringen leverbaar van 1 tot 4 kanalen. Het onderzoek is uitgevoerd met het meest uitgebreide model, de D71-40. De vraagstelling richt zich op het evalueren van de fitting procedure, die in de software is ingebouwd. Meer specifiek gaat het om het direct vergelijken van de instel-programma’s ‘AUTO’ en ‘SPIN’. Daarnaast wordt een drietal compressie-algorithmen onderling vergeleken: ‘AVC’, ‘NORMAL’, en ‘SYLLABIC’. Deze compressie-programma’s onderscheiden zich in de tijdconstanten van de compressie.
Uitvoering
PACT heeft 5 Audiologische Centra gevraagd om aan dit onderzoek deel te nemen. Het onderzoek wordt geleid door het AC EUMC te Rotterdam (dr. J. Verschuure, tevens projectleider). Verder werken mee: het AC-LUMC in Leiden, het AC Twente in Hengelo, het AC Eindhoven en het AC van de prof. Groen Stichting te Amersfoort. De algehele coordinatie wordt verzorgd door ir. M.W. van Toor (AC EUMC en AC Twente)
Onderzoeksopzet
Bij een zorgvuldig gekozen populatie van hoortoesteldragers (met een juiste verhouding tussen nieuwe en ervaren gebruikers en tussen eenzijdige en tweezijdige aanpassingen) worden in een drietal proefperioden telkens twee programma’s onderling vergeleken.
In de eerste twee perioden concentreert het onderzoek zich op het vinden van de optimale compressie-regeling (AVC, NORMAL of SYLLABIC). Per proefperiode zullen de subjectieve bevindingen voor de te vergelijken programma’s worden vastgelegd met een APHAB vragenlijst. Daarnaast zullen objectieve metingen naar het spraakverstaan worden uitgevoerd, zowel in stilte als in verschillende soorten van achtergrondlawaai.
In de laatste proefperiode concentreert het onderzoek zich op de verschillen tussen de twee aanpasregels (AUTO en SPIN), gebruik makend van dezelfde technieken. De instelling van de compressie in deze laatste proefperiode wordt dan voor iedere slechthorende gekozen conform de individuele voorkeur die blijkt ui de eerste twee proefperioden.
Het onderzoek wordt afgesloten met een uitvoerige vragenlijst over de eigenschappen van het D71 hoortoestel.
Voortgang in 1999
In het najaar van 1999 zijn de metingen gestart bij in het totaal 38 slechthorenden uit de 5 deelnemende AC’s. Hierbij waren 20 mannen en 18 vrouwen, bestaande uit 13 ervaren en 25 nieuwe hoortoesteldragers, bij wie in 10 gevallen een eenzijdige hoortoestelaanpassing werd gerealiseerd en in 25 gevallen een tweezijdige aanpassing. De resultaten zullen in de eerste helft van 2000 beschikbaar komen en zullen worden bewerkt in een eindrapportage aan Beltone/Philips en een wetenschappelijke publicatie.