Project 99-04: Project Stereofonische Aanpassingen
Inleiding
Veranderingen in de regelgeving vragen een nadere onderbouwing van de “stereofonische” of tweezijdige aanpassing. In opdracht van het College van Zorgverzekeringen (CvZ) heeft de Stichting PACT een breed onderzoek opgezet naar de meerwaarde van de tweezijdige aanpassing met hoortoestellen.
Vraagstelling
Om te komen tot een betere indicatiestelling voor de stereofonische aanpassing is inzicht vereist in de volgende aspecten:
-
Onderzoek naar de factoren die gecorreleerd zijn met een gunstig stereofonisch effect.
-
De meerwaarde van het tweede hoortoestel t.o.v. de eenzijdige aanpassing.
Uitvoering
PACT heeft 10 Audiologische Centra gevraagd om aan dit onderzoek deel te nemen. Het onderzoek wordt geleid door het AC van het AMC te Amsterdam (prof.dr.ir. W.A. Dreschler, tevens projectleider) en het AC van het AZVU te Amsterdam (dr.ir. J.M.Festen en drs. T. Goverts). Verder werken mee: de universitaire Audiologische Centra in Leiden, Nijmegen en Rotterdam en de perifere Audiologische Centra in Amersfoort, Amsterdam (SACA), Hoensbroek, St. Michielsgestel (IvD) en Tilburg.
Onderzoeksopzet
Het onderzoek bestaat uit vier gedeelten:
1. Een literatuuronderzoek: In een systematische review van alle literatuur sinds 1980 wordt nagegaan welke factoren een bewezen effect hebben op het beter of slechter functioneren van één of twee hoortoestellen.
2. Een retrospectief onderzoek: Door statusonderzoek in 8 Audiologische Centra wordt inzicht verkregen in het tot nu toe gehanteerde voorschrijfbeleid.
3. Instrumentontwikkeling
i. deel 1: er wordt een uitvoerige vragenlijst voor de subjectieve evaluatie opgesteld en toegestuurd aan 1000 hoortoesteldragers om inzicht te verkrijgen in de ervaren meerwaarde van twee hoortoestellen.
ii. deel 2: er wordt een testbatterij voor de objectieve evaluatie ontwikkeld, die in eerste instantie zal worden toegepast bij 60 hoortoesteldragers. Tevens wordt nagegaan op welke wijze de meerwaarde van twee hoortoestellen ten aanzien van het ruimtelijk horen en het spraakverstaan objectief kan worden gemeten.
4. Ter afsluiting zal binnen 10 Audiologisch Centra een prospectief onderzoek worden uitgevoerd. Binnen dit onderzoek moet worden vastgesteld of de ontwikkelde instrumenten breed toepasbaar zijn in de klinische praktijk. Het gaat hierbij om een definitief antwoord op de vragen “helpt het?” (de definitieve versie van de vragenlijst), “werkt het?” (de evaluatietesten voor het ruimtelijk horen en het spraakverstaan) en “is het effect voorspelbaar” (de testbatterij voor de objectieve evaluatie).
Resultaten
Alle resultaten van deze studie staan in detail beschreven in CvZ-rapport 119 (www.cvz.nl).
Het CvZ concludeert dat de resultaten van de systematische review, retro- en prospectieve studie een (wetenschappelijke) onderbouwing geven aan de meerwaarde van een stereofonische aanpassing.
Naast de gevonden meerwaarde van een stereofonische aanpassing blijkt uit de systematische review dat wetenschappelijk is aangetoond dat de restcapaciteit van een slechthorend oor onomkeerbaar achteruit gaat indien het oor onvoldoende geluidsaanbod krijgt (deprivatie-effect). Dit verschijnsel pleit voor een beoordeling van de noodzaak tot aanschaf van een hoortoestel per oor.
In de retrospectieve studie is voor de eenzijdig slechthorenden voor bijna alle uitkomstmaten een significante meerwaarde gevonden bij het dragen van één hoortoestel in vergelijking met het dragen van geen hoortoestel.
Slecht horen heeft grote consequenties. Het betekent voor het betrokkenen: moeite met communiceren, moeite met functioneren op school, werk en in de vrije tijd. In het verlengde hiervan voor velen: vermindering van kansen op de arbeidsmarkt, vermindering van arbeidsprestaties of overbelasting, soms resulterend in arbeidsongeschiktheid. Slechthorendheid treft daarmee niet alleen individuen maar ook de samenleving in haar geheel. Een verantwoord verstrekkingenbeleid van audiologische hulpmiddelen is van grote maatschappelijke en daarmee ook economische betekenis.
Conclusies
Op basis van deze studie komt CvZ met de volgende aanbevelingen:
- De aanspraak op een stereofonische aanpassing in de Regeling ruimer te omschrijven dan in de huidige situatie.
- De Regeling hulpmiddelen 1996 te wijzigen met als uitgangspunt een aanpassing per oor, als sprake is van een revalideerbaar oor met tenminste een verlies van 35 dB. Dit geldt zowel voor de conventionele hoortoestellen als de BAHA-toestellen
Deze wijziging van de Regeling brengt de volgende verbeteringen:
1. voorkoming van deprivatie-effect;
2. slechthorenden ervaren meerwaarde van een hoortoestel;
3. bevordering van het sociaal en maatschappelijk functioneren van slechthorenden;
4. vermindering van administratieve lasten (deregulering).
Uitgaande van de huidige populatie hoortoesteldragers (400.000) brengt de wijziging van vergoeding per oor een kostenstijging van € 6 miljoen (€ 1 miljoen uitbreiding eenzijdige aanpassingen + € 5 miljoen voor verruiming stereofonische aanpassingen) per jaar met zich mee.
Referenties
- Boymans M. Intelligent processing to optimise the benefit of hearing aids. Ph.D. thesis, University of Amsterdam, 24-9-03.
- Boymans M., Goverts, S.T., Kramer, S., Dreschler, W.A. (2004). The benefits of bilateral hearing aid fittings. I. A retrospective multicenter study. Submitted to Int. J. Audiology.
- Boymans M., Goverts, S.T., Kramer, S., Dreschler, W.A. (2004). The benefits of bilateral hearing aid fittings. II. A prospective multicenter study. Submitted to Int. J. Audiology.
- Kramer, S., Goverts, S.T., Dreschler, W.A., Boymans, M, Festen, J.M. (2002). International outcome inventory for hearing aids (IOI-HA}: results from the Netherlands. Int. J. Audiology 41/1, 35-41.
- Link, A. (2002). Vereenvoudiging en verruiming indicatiecriteria hoortoestellen. Advies aan de staatssecretaris VWS, 26 september 2002, CVZ rapport 119. Dit rapport is te bestellen onder nummer 02/119 op de CVZ site. Ook te downloaden.